Post by Rogier Prins

Key Accountmanager bij Sogelink Nederland

Tot een paar jaar geleden tekende je bij een hoofdnet project één lijn in voor de geulbak. Bij die lijn zette je waar hoeveel kabels moesten komen, welk type, de diepte. NLCS++ veranderde dat fundamenteel. NLCS staat voor Nederlandse CAD Standaard. Dat is de tekenstandaard die al jaren wordt gebruikt in de infrasector: een vaste manier om ontwerptekeningen te maken en te lezen. Elke kabel, elke leiding, een lijn op een tekening. De ++ verandert de aard van die informatie. Waar een NLCS-tekening visueel is (je ziet wat er ligt) combineert NLCS++ elk object met gestructureerde attributen. Geen vrije tekstnoten meer, maar vaste veldnamen met vaste keuzewaarden. Dat klinkt als een technisch detail. De consequentie is dat niet meer. Een systeem kan NLCS++-data direct inlezen, valideren en verwerken. Zonder handmatige conversie, zonder nabewerking op kantoor. Dat is ook precies waarom Alliander, Stedin en Enexis hierop sturen: as-builtdata die direct in hun GIS-systemen terechtkomt. Maar de grootste uitdaging zit niet in de software. Die bevindt zich in het veld. Bij hoofdnet betekent NLCS++ dat de uitvoerder, voorman of monteur zelf inmeet. Dit gebeurt ter plekke, met open sleuf. Dat is een andere rol dan ze nu hebben. Vorige week sprak ik een aannemer die bij zijn uitvoerder in het veld stond en vanaf nul moest uitleggen hoe je met een tablet en meetstok digitaal inmeet. Zijn reactie: "Dit was even schakelen. Bij huisaansluitingen is dit al zo gewoon, maar 3 à 4 jaar geleden liepen we daar tegen precies dezelfde uitdagingen aan." Dat is ook precies waar ik nu aan denk. Die omslag bij huisaansluitingen hebben we al eens gemaakt. Hij kan opnieuw gemaakt worden, alleen dat vraagt een andere manier van werken in het veld.