Post by Radboud University

206,722 followers

‘In het Stadsarchief Amsterdam stuitte ik op een akte van een slavenschip: ’t Gezegende Suikerriet. Er stonden verschrikkelijke details in over mishandelingen aan boord van dat schip. Mijn collega uit Leiden, Ramona Negrón, was hetzelfde document tegengekomen. We deden allebei eigenlijk onderzoek naar iets anders, maar dit verhaal liet ons niet los. Daarom zijn we in onze vrije tijd verder onderzoek gaan doen naar dit schip en zijn eigenaren: de grootste slavenhandelaren van Nederland in de 18de eeuw. We hebben er een boek over geschreven.    Helaas zijn er geen bronnen overgeleverd met het perspectief van de tot slaaf gemaakten zelf. We moeten het dus doen met dit soort bronnen vanuit koloniaal perspectief. Omdat er ruzie was tussen de kapitein en de eigenaar van het schip, wat tot een rechtszaak leidde, zijn er van één reis meerdere notariële akten bewaard gebleven. De eigenaar beschrijft bijvoorbeeld dat een jongen ’s nachts geboeid werd vastgezet op het dek. De kapitein ontkent dit en zegt dat dit alleen overdag gebeurde. Zo kunnen we uit verschillende akten tussen de regels door afleiden hoe het eraan toeging op de slavenschepen.    Het is zo schrijnend dat die onenigheid alleen maar ging over economische winst: de eigenaar en kapitein zagen de tot slaaf gemaakten niet als mensen maar als ‘lading’. Historische bronnen leggen dat heel pijnlijk bloot. Mensen bleven maandenlang aan boord van een schip, dat eerst langs verschillende plekken in West-Afrika voer. De kapiteins zetten pas koers naar Suriname als het schip vol zat, zodat ze genoeg winst zouden maken. Aan boord van ’t Gezegende Suikerriet overleden zeker twintig van de 300 tot 350 slaafgemaakte mensen. Het is belangrijk om dit soort verhalen te vertellen, zodat we ons een beeld kunnen vormen van hoe het voor slaafgemaakte mensen geweest moet zijn.‘   - Jessica den Oudsten, promovendus in vroegmoderne migratiegeschiedenis

Post content