Post by Ministerie van Financiën
89,722 followers
In 1978 begon Petra Lemckert (Batenburg) via een uitzendbureau bij Financiën. Dat ze 48 jaar later nog steeds voor het ministerie zou werken, kon ze toen niet vermoeden. In de jaren die volgden, vervulde ze verschillende functies en bewoog ze mee met veranderingen in haar werk én in de organisatie. ‘Dat ik zo lang bij Financiën zou blijven, had ik nooit bedacht. Het is ook niet zo dat ik daar ooit een groot plan voor had. Wat maakte dat ik bleef, is dat ik steeds de kans kreeg om iets nieuws te doen en me verder te ontwikkelen. Toen ik begon, hing er nog sigarenrook in de gangen. Officiële stukken gingen naar een centrale typekamer en sommige werkkamers leken bijna huiskamers. Sommige collega’s namen zelfs hun hond of kat mee. Alles was formeler, maar er was ook veel ruimte voor persoonlijk contact. Ik begon bij de directie verbruiksbelasting, terwijl ik daarnaast een IT-opleiding volgde. Dat kwam op het werk al snel ter sprake en zo kreeg ik de kans om te blijven. Later ben ik meer de kant van ICT op gegaan. Ik werkte mee aan de invoering van pc’s en aan de inrichting van een helpdesk. Dat was in die tijd echt pionieren. Wat nu heel vanzelfsprekend is, moest toen nog stap voor stap worden opgebouwd. Gaandeweg merkte ik dat mijn kracht niet alleen in de techniek zat. Ik kreeg steeds meer interesse in de menskant van het werk: hoe je collega’s ondersteunt, hoe je een goede werkomgeving creëert en hoe je dingen beter kunt organiseren. Daarom ben ik later meer richting HR en arbo gegaan. Zo werkte ik onder meer aan het eerste preventief medisch onderzoek binnen Financiën. Ook in de coronaperiode kwam veel samen van wat ik in al die jaren had geleerd. Als strategisch preventiemedewerker dacht ik mee over maatregelen voor medewerkers van het ministerie. In zo’n periode merk je hoe belangrijk het is om snel te schakelen en tegelijk oog te houden voor wat mensen nodig hebben. Als ik terugkijk, ben ik vooral dankbaar dat ik binnen één organisatie zoveel verschillende kanten van het werk heb mogen zien. Juist die afwisseling maakte het voor mij interessant. Ik vond het altijd leuk om nieuwe dingen op te zetten, om mee te bouwen en om iets in beweging te krijgen. Wat mij altijd energie gaf, was dat ik iets kon opbouwen dat anderen verder hielp. Of het nu om ICT, arbo of maatregelen in een crisistijd ging: uiteindelijk draaide het voor mij steeds om mensen. Hoe zorg je dat collega’s hun werk goed, veilig en met vertrouwen kunnen doen? Voor jongere collega’s, en eigenlijk voor iedereen, zou ik vooral willen zeggen: blijf dicht bij jezelf. Doe de dingen waar je goed in bent. Dan komen volgende stappen vaak vanzelf. En durf ook te vertragen. Je hoeft niet altijd meteen door. Durf vragen te stellen, fouten te maken en neem de tijd om te ontdekken wat echt bij je past.’