Post by Joeri Casteleyn
Stukjesschrijver over ‘de traag veranderende mens in een snel veranderende wereld’ | Pers- en communicatieadviseur
Altijd Interessant om aan het begin van de zomervakantie nog eens terug te lezen hoe de Vlaamse kust over zijn volle lengte één toeristisch (vastgoed)eldorado werd en hoe dat het resultaat was van een bewust gepland, integraal ingenieursproject. In de hoofdrol: 19 grootgrondbezitters die bijna de volledige Vlaamse kust in hun bezit hadden, koning Leopold II die ‘de eenheid van de kust voor ogen had’ én de introductie van de kusttram. Zo was in juli 1885 de kusttram tussen Oostende en Middelkerke de allereerste buurtspoorweg van het land. Deze buurttram verbond onderweg de tussenliggende dorpen. Enkele maanden later werd deze lijn, dwars door de duinen, tot de (concurrerende) badplaats Blankenberge doorgetrokken. Oostende en Blankenberge bleven uitdijen en zouden de naburige kustdorpen alvast morfologisch opslokken. Zo werd Mariakerke door een projectontwikkelaar met de veelzeggende naam “Ostende-Extension” ingelijfd. Dat gebeurde volgens een rechthoekig bouwblokkenpatroon. Blankenberge breidde al snel uit tot Wenduine. Tegelijk zorgden de buurtspoorwegen voor toeristische ontwikkelingen in de tot dan toe onontgonnen duinengordel. Met de tramsporen werden immers kustgebieden ontsloten waartoe mensen voordien amper toegang hadden. Aan tienduizenden mensen werd zo de schoonheid van de duinenstrook geopenbaard. De kolonisatie van de duinengordel was definitief begonnen. Nieuwe tramhaltes in de onontgonnen duinen inspireerden namelijk de grootgrondbezitters van die duinen en industriëlen tot de stichting van nieuwe badplaatsen. Zo wilde aan de tramhalte in De Haan de architect Eduard Colinet een door een dennenbos geïnspireerd villapark in het groen realiseren. Colinet droomde ervan de “onaangenaamheden van een verblijf aan zee te paren aan de aantrekkelijkheid die het platteland kon bieden”. Daartoe maakte hij een ontwerp waarin huisjes door hun centrale positie in de tuin en door het schermgroen aan de weg, zoveel mogelijk van elkaar werden gescheiden. Het beeld van De Haan zoals we het dus vandaag nog kennen. Ook Westende, in handen van trammagnaat Eduard Otlet, hoefde niet lang te wachten op een aansluiting op het tramnet. In de nieuwe badplaats kwamen er villa’s aan de dijk en gesloten bouwblokken landinwaarts. Hoewel grondig verschillend, had dit type badplaatsen met de grid-variant gemeen dat de badplaatsen over lange afstand langs de kustlijn konden worden uitgebreid met de dijk, de weg en de tramlijn als gelijkrichtende instrumenten. Rond 1930 bediende het fijnmazige tramnetwerk het hele maritieme territorium. Het tramnet vormde - samen met de Koninklijke Baan en de zeedijk – het kader dat van de duinengordel een vastgoedeldorado heeft gemaakt zoals we het vandaag de dag kennen. --------------- Bron – Maarten Van Acker - De tram maakte van de kust een vastgoedeldorado https://lnkd.in/ekbfjsTM