Post by dr. Gerrit den Hartogh

Docent Klassieke Talen Krimpenerwaard College

DE FILOSOFIE VAN HET SURVEILLEREN Mijn allerlaatste échte schoolactiviteit, vandaag, bestond niet uit een afscheidscollege, niet uit een magistrale slotrede over Ovidius, Plato of Seneca, en ook niet uit een symbolische overdracht van een setje whiteboardstiften. Nee. Ik eindigde met een surveillance. Bij één leerling. Stephan E. Met 20% extra tijd. Er zijn mensen die hun loopbaan afsluiten met applaus, bloemen en een toespraak. Ik sloot af met het bewaken van stilte. Eén tafel. Eén toets. Eén klok. Eén leerling. En ik: als een soort onderwijskundige sfinx naast de afgrond van de tijd. Meer had het universum kennelijk niet nodig om mij nog één keer duidelijk te maken wat onderwijs in zijn diepste wezen is: aanwezig zijn zonder onmiddellijk nuttig te willen zijn. Want surveilleren is geen klusje. Het is een filosofische oefening. En wel een oefening van de hoogste orde. Het is zen, maar dan met examenpapier. Het is kloosterlijke stilte, maar dan onder toezicht van Magister. Het is Heideggeriaans er-zijn in zijn meest uitgeklede vorm: je bent er. Punt. En verder doe je niets. Dat klinkt eenvoudig, maar vergis u niet. De ware surveillant leeft gevaarlijk. Je mag niet uitleggen. Je mag niet helpen. Je mag niet zuchten. Je mag niet hoorbaar denken. Je mag zelfs niet té betekenisvol kijken, want vóór je het weet wordt een opgetrokken wenkbrauw gezien als geheime ondersteuning bij vraag 7b. En ondertussen zit Stephan E. daar, geconcentreerd en onverstoorbaar, terwijl jij de tijd bewaakt alsof je Chronos zelf bent, maar dan met een balpen en een stapeltje kladpapier en een geplastificeerd kaartje waarop staat dat deze jongeman recht heeft op 20% extra eeuwigheid. Na tien minuten hoor je de klok. Na twintig minuten hoor je de verwarming. Na dertig minuten hoor je je eigen bestaan. Na veertig minuten begin je te vermoeden dat de tl-buis een karakter heeft. Na vijftig minuten overweeg je of het kraken van je stoel als pedagogische interventie kan worden aangemerkt. En dan die 20% extra tijd. Een prachtig concept. Alsof de school, in haar oneindige barmhartigheid, zegt: “De tijd is eindig, maar voor jou rekken wij haar nog even op.” En zo zat ik daar. Niet als docent. Niet als classicus. Niet als theoloog. Zelfs niet als oudgediende die na jaren onderwijs eindelijk het strijdperk verlaat. Maar als wachter. Een laatste, zwijgende figuur aan de rand van het papier. Toen Stephan klaar was, nam ik de toets in ontvangst. Geen trompetgeschal. Geen applaus. Alleen het zachte ritueel van innemen, opruimen, afsluiten. Dacht ik. Want buiten dit kleine klooster van concentratie stond de schoolleiding mij op te wachten met bloemen. Mooier had het eigenlijk niet gekund. Onderwijs eindigt soms niet met grote woorden, maar met één leerling, 20% extra tijd, en een docent die nog één keer doet wat hij al die jaren heeft gedaan: blijven zitten zolang dat nodig is. En daarna bloemen krijgen.

Post content