Post by Bas Jorissen

Founder & Partner @ Archipel Tax Advice | Dutch FT 50 under 35 [Class of 2025] | Bridging the Tax Policy Gap for Startups & Innovation

Afgelopen donderdag stonden zowel het Kamerdebat over Innovatie als dat over Fiscaliteit stil bij een aantal relevante start‑ en scaleupdossiers. Opvallend en bemoedigend is dat het belang van het Nederlandse startup- en innovatieklimaat 'across the aisle' wordt gedeeld. Zo gingen Claire Martens - America (VVD) en Tom van der Lee (Progressief Nederland) samen naar Brussel om o.a. de onwerkbare definitie van een ‘onderneming in moeilijkheden’ aan te kaarten; een criterium dat slecht aansluit op startup‑praktijk en onbedoeld toegang tot steun belemmert. Het verschil tussen partijen zit 'm dus minder in het doel dan in de route: rechts leunt meer op ruimte en marktwerking (vrijstellingen, sandboxes), links op gerichter beleid (subsidies, afbakening). Dat spanningsveld zie je terug bij gesprekken over grotere regelingen zoals de Innovatiebox; PRO ziet het feit dat Booking.com en ASML grote begunstigden zijn als een manco, VVD als bewijs dat de regeling de doelgroep bereikt. Iets lager in de ‘fiscale cracker’ speelt tegelijk een ander innovatierelevant drieluik: (1) een startupdefinitie als toegangsticket tot (2) een uitzondering in Nieuw Box 3 richting vermogenswinst i.p.v. aanwas, en (3) een verbeterde ESOP‑regeling met heffing pas bij verkoop en een (35%) vrijstelling. In het debat worden zulke uitzonderingen vaak zat geframed als werk van een sinistere ‘startuplobby’ die cadeaus regelt voor zichzelf en aandeelhouders. Daarbij zie je steeds een soort Schrödinger's‑startup‑effect: afhankelijk van de context is een startup óf “twee gasten die zitten te frotten aan de TU” en dus niet relevant genoeg voor extra complexiteit, óf een Adyen of ASML en daarmee te succesvol om nog steun te rechtvaardigen. Belangrijker is dat die tegenstelling kunstmatig is: het startupklimaat gaat over de volle breedte, van new firm creation tot schaalsucces rond maatschappelijk relevante innovatie. In die zin had de sector deze regeling met alle afbakeningsproblematiek liefst niet eens nodig; een generieke vermogenswinstbelasting en brede ESOP‑regeling zijn logischer én productiever. Gelukkig klonk die lijn inmiddels ook voorzichtig door. Zo stelden o.a. Wendy van Eijk (VVD) en Inge van Dijk (CDA) vragen in die richting, en gaf staatssecretaris Eelco Eerenberg enkele hoopvolle signalen (al beslist hij dat uiteraard niet alleen). Ten aanzien van Box 3 lijkt het huidige ‘hybride’ vooral een tussenstap naar een bredere vermogenswinstbelasting; de werkzaamheden lopen al. Een belangrijk politiek vertrekpunt zou zijn dat Box 3 als deel van 'het vermogensdomein' ca. €9 miljard per jaar opbrengt. Voor ESOPs gaf de staatssecretaris aan dat, gezien het bredere talentvraagstuk, het “een mooie suggestie” is om de regeling niet tot startups te beperken. Dat wordt richting einde zomer uitgewerkt, met het oog op besluitvorming rond Prinsjesdag. Wie weet heeft die strak georganiseerde lobby van ‘frottende gasten’ straks niet eens meer een eigen definitie nodig. Des te beter!

Post content

Video Content