Post by Barend Wind
Senior Policy Advisor / Assistant Professor
Meer of minder eengezinswoningen bouwen? ABN-economen concludeerden dat er een overschot aan huizen met een tuintje ontstaat door de snelle groei van het aantal senioren en eenpersoonshuishoudens. Daar tegenover staat Friso de Zeeuw die verwacht dat de vraag naar grondgebonden wonen onverminderd hoog blijft. Een glazen bol heeft niemand, maar we kunnen wél leren van een natuurlijk experiment op mega-schaal in de Metropoolregio Amsterdam. De afgelopen jaren hebben de corporaties in de Metropoolregio Amsterdam namelijk grotendeels kleinere appartementen gebouwd, deels om financiële redenen, deels om de groei van het aantal kleine huishoudens op te vangen. Op basis van WIMRA-data concluderen Steven Kromhout en ik dat er een flinke mismatch is tussen de woonbehoefte van sociale huurders en het aanbod. Sociale huurders zoeken grotere woningen in een groenere omgeving – ook de éénpersoonshuishoudens. Dat aanbod is niet voorhanden. Geen wonder dat de doorstroming stokt. De rechtvaardigheidsvraag die Cody Hochstenbach opwerpt, wanneer hij – terecht – concludeert dat woonruimte in Nederland zeer ongelijk verdeeld is, zou ik willen herformuleren: wie heeft nog de ruimte om zijn woonwens te realiseren? En om positieve redenen te verhuizen? Mensen met de laagste inkomens, aangewezen op de sociale huur, steeds minder. Brede volkshuisvesting begint bij sociale grondpolitiek en een gezond financieel model voor corporaties. Net zo goed hebben we architecten nodig die op een slimme manier grondgebonden woningen in een hoge dichtheid ontwerpen. Denk ook aan de Groningse traditie van Intense Laagbouw.